skip to Main Content
IJspret, verademing in de lockdown

Hoe put onze voorzitter Karin Vogelaar hoop uit de afgelopen week van sneeuw en kou?

De vorst is weer voorbij, maar o, wat was het koud, bar koud zelfs. Er waaide een straffe wind uit het noordoosten en die bracht sneeuw en ijs naar Nederland. De winter die vroeger zo gewoon was in dit land, transformeerde onze wereld tot een Anton Pieck-afbeelding en brak daarmee de lockdown van dit moment een beetje open. Temidden van alles wat niet kan of mag was er ineens een lokroep van buiten, die bewegingsvrijheid bood.
Het was een ouderwets gevoel. Wakker worden, uit het raam kijken en de stille witte wereld gewaar worden. Snel warm aankleden en het huis uit gaan om de knisperende winterkoude lucht in te ademen en verse, licht knerpende voetstappen achter te laten in de smetteloze ongereptheid van de tuin.

Teruggeworpen op onszelf

Voor velen was het een feest, zeker in deze tijd, waarin we noodgedwongen zo teruggeworpen zijn op onszelf. Een oer-Hollands feest van sneeuwballen gooien met rode wangen en stralende ogen, van joelend van een heuveltje sleeën en schaatsen zodra en waar het ook maar kan. Ik hoef het eerlijk gezegd niet eens zelf te doen; de beelden van al die mensen die zo overduidelijk genieten van dat wat de natuur ons schenkt, bezorgen mij bijna als vanzelf een lichter hart en een blijer gemoed. Niet iedereen werd hier blij van, want deze weersomstandigheden zorgen voor een aantal van ons ook voor weer nieuwe beperkingen. Het vooruitzicht uit te glijden en te vallen met een kneuzing of zelfs een breuk tot gevolg versperde de weg naar buiten juist.

Dat hebben we toch maar mooi gehad

Natuurlijk – ik zei het al – ging het ook weer voorbij. Conform de weersvoorspellingen hield de vrieskou anderhalve week aan. Niet lang genoeg voor de solide ijsvloer die nodig is voor de ‘Tocht der tochten’, maar die zou er sowieso niet komen, want evenementen vormen nog steeds een te groot risico. Jammer natuurlijk, maar het is niet anders. Die anderhalve week ijspret was een verademing in de schier eindeloze tijd van binnen zitten en dat kan niemand ons meer afnemen; dat hebben we toch maar mooi gehad!

Zien wat er wél is

Misschien is dat dé manier om tegen de tijd van nu aan te kijken. Zien wat er wél is en daaruit inspiratie putten. Ons dat in de rust en de stilte ten diepste realiseren. Ons daarvan bewust zijn. Van de zonsopgang die iedere dag laat beginnen, van de buitenlucht, van tijd voor familie en vrienden (ook al moeten we daarbij vaak afstand overbruggen), van tijd voor hobby’s, voor creativiteit, tijd om te dromen, te lezen, te leren, tijd voor vriendelijkheid, voor aandacht voor een ander, van tijd om met elkaar te praten, van tijd voor gebed en hoop en van de zonsondergang die elke dag weer afsluit. Van de wondermooie wereld waarin wij leven. Wondermooi, met én zonder sneeuw. Het besef van dat wondermooie doet onze hoop leven, de hoop dat het goed zal komen, misschien al in de nieuwe lente.

Karin Vogelaar

Back To Top
×Close search
Zoeken