Moby-Dick is de beroemde roman die in 1851 werd gepubliceerd door Herman Melville. Het hoofdpersonage en de verteller, call me Ismael, sluit zich aan bij een walvisvaarder, de Pequod, onder kapitein Achab, op jacht naar een enorme en witte potvis genaamd Moby Dick. Kapitein Achab is in een eerder gevecht met Moby Dick zijn been kwijtgeraakt. De haat van Achab voor de walvis is grenzeloos diep. Hij is er niet vies van om de hele bemanning in het kielzog van zijn wraak mee te sleuren.
In het hoofdstuk ‘ De preek’ wordt beschreven hoe Ishmael voor vertrek een dienst bijwoont in de Walviskapel. Eerst wordt de preekstoel beschreven, die was ontworpen in de vorm van de boeg van een schip: het eerste deel van een schip dat de zee bereikte, wat de kracht van de Bijbel en haar strijd tegen de duisternis versterkte. Dan volgt de volledige tekst van de preek van father Mapple, gebaseerd op het boek Jona. De overtuigingskracht van dominee Mapple, is zo groot omdat hij weet wat de zeelieden te wachten staat, hij was zelf harpoenier geweest.
Ismaël vertelt over het leven op zee te en legt al snel uit dat het water het zinnebeeld is van de ongrijpbare geest van het leven en daarmee de sleutel tot alles. In latere hoofdstukken stelt hij, maatschappelijke ideeën van beschaafd en wreed, christelijk en heidens en goed en kwaad ter discussie. Hij zal uiteindelijk de enige zijn die levend thuiskomt van deze reis.
“Geliefde scheepsmaten, het laatste vers van het eerste hoofdstuk van Jona luidt: En God had een grote vis bereid om Jona op te slokken.
Scheepsmaten, dit boek, dat slechts vier hoofdstukken bevat, vier verhalen, is een van de kleinste draden in het machtige touw van de Schrift. En toch, wat een ziele-diepten raakt Jona’s diepe loodlijn! Wat een diepzinnige les is deze profeet voor ons! Wat een edel ding is dat loflied in de buik van de vis! Wat luidruchtig groots! We voelen de vloed over ons heen stromen; we duiken met hem mee naar de met kelp bedekte bodem van het water; zeewier en al het slijm van de zee zijn om ons heen! Wat is deze les die het boek Jona leert? Het is een verhaal over zonde, hardhartigheid, plotseling wakker gemaakte angsten, de snelle straf, bekering, gebeden en uiteindelijk de bevrijding en vreugde van Jona. Toen, uit de buik van de hel, toen de walvis op de uiterste botten van de oceaan landde, hoorde God de opgeslokte, berouwvolle profeet toen hij huilde. Toen sprak God tot de vis; en uit de bevende kou en zwartheid van de zee kwam de walvis omhoog naar de warme en aangename zon, en alle genoegens van lucht en aarde; en spuugde Jona uit op het droge land; toen het woord van de Heer voor de tweede keer kwam; en Jona gekneusd en geslagen, zijn oren, als twee schelpen, nog steeds talrijk murmelend over de oceaan, deed het bevel van de Almachtige.’
Deze woorden zijn een citaat uit de preek van father Mapple. Wie de hele preek wil horen, moet even op YouTube* zoeken, daar is een prachtig fragment te vinden met Orson Welles als dominee Mapple. Melville heeft deze preek aan het begin van zijn roman geplaatst om een belangrijk thema aan te geven, een verkenning van de relatie tussen God en mens. Het gaat over zijn eigen onderzoek naar de verhouding tussen goed en kwaad en alle tinten grijs ertussen, en de vraag wie werkelijk mens is? De ouders van Melville waren lid van de Dutch Reformed Church, en hij is volgens deze strenge calvinistische beginselen opgevoed. Zijn roman Moby Dick is (mede) geïnspireerd op het dilemma van Jona. Jona was het oneens met Gods aanbod van redding aan de bewoners van Ninivé, een vreemd volk dat zich op geen enkele manier houdt aan Gods wetten en geboden. Waarom moet Jona hen een kans geven, door hen te waarschuwen voor de vernietiging van hun stad door God? Een kans geven op inkeer? Is dat nu zijn God? Waarom straft Hij hen niet meteen om hun gedrag? Melville vraagt zich zijn hele leven af of de wereld wel gebaat is bij de Calvinistische leer van straf en beloning en de overmacht van de Christelijke witte man op de heidense medemens. Ik ben geboeid door het verschil in de rol van de walvis in beide verhalen. God gebruikt een walvis om Jona de kans te geven om tot bezinning te komen, terwijl voor kapitein Achab de (witte) walvis zo’n obsessie geworden is dat die hem en zijn hele bemanning, met Ismaël uitgezonderd, het leven zal kosten.
Belangrijk om dit verschil te begrijpen is dat Jona profeet van beroep was, en zijn naam geeft aan dat hij een ‘zoon van de waarheid’ is. Jona blijkt echter ondanks zijn naam flink te worstelen met zijn roeping. Jona zit eigenlijk klem tussen twee kwaden, hij moet naar de grote stad Ninivé gaan om haar de ondergang aan te zeggen, en hij kan niet meer terug omdat hij dan zijn geloofwaardigheid verliest in eigen kring. Hij besluit te vluchten, gaat aan boord van een schip om naar het uiterste einde van de aarde te varen. Echter raakt het schip, waar hij aan boord gegaan is, verzeild in een hevige storm. Zodra Jona beseft dat die storm met hem te maken heeft, vraagt hij de zeelieden om hem overboord te gooien. Hij gaat bijna koppie onder in het zeewater, de golven spoelen over zijn hoofd en het zeewier verstikt hem bijna. De grond is letterlijk weggevallen onder zijn voeten. Hij wordt naar de diepte gezogen. Hij was onherroepelijk op weg naar de onderwereld. Jona vond dat wel best, maar God niet. Die stuurde een grote vis en die vis slokte Jona op.
Na drie dagen en drie nachten in de maag van de vis gezeten te hebben, komt Jona tot een dieper inzicht in zijn situatie. Hij was niet aan God ontkomen. Hoe had hij dat kunnen denken? Als God mij niet loslaat, dacht Jona, dan rust Hij niet voor ik naar Ninivé ga om daar zijn boodschap te brengen. Hij schreeuwt het uit: ‘Help me God. Want U zorgde ervoor dat ik overboord geslingerd werd, U heeft me van zich afgeworpen alsof U niets meer met mij te maken wil hebben.’
Wat was er met hem gebeurd in die drie dagen? Jona was boos op God. Waarom moet hij zijn eigen reputatie en geloofwaardigheid op het spel zetten? Waarom vraagt God het onmogelijke van hem? Hij heeft oprecht geprobeerd te ontsnappen aan zijn missie en zette daarmee het leven van de bemanning op het spel. Hij heeft zich over boord laten Jonassen en nog kwam er geen einde aan de ellende; in plaats van te verdrinken, is hij opgeslokt door een walvis. Is dat Gods ingrijpen? Is dit zijn welverdiende straf?
Jona raakt me in zijn eigenwijsheid en overmoed, in zijn angst en boosheid. Ik kan me goed vinden in zijn vraag naar het waarom: ik snap niet waarom dit gebeurt, God, leg mij het uit? Die verlammende angst, de vertwijfeling dat je klem zit, letterlijk zoals Jona in de buik van de walvis, of figuurlijk omdat je niet weet wat je moet doen, heeft je zo volledig in de greep dat je denkt dat er aan alle kanten aan je getrokken wordt. Je weet niet goed meer of wat er van je gevraagd wordt goed is, voor jou of voor anderen. Wanneer je zo verlamd raakt door angst, wat doe je dan? Zingen? In discussie gaan?
Het is een ervaring die u misschien wel herkent. Er gebeurt iets wat je compleet onderuit haalt. Alles wordt donker om je heen. Alles word je uit handen geslagen. En je voelt je vreselijk alleen. In de steek gelaten, door het leven, door God. ‘God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst’ luidt een spreekwoord. Zolang je midden in de storm zit, kun je flink twijfelen aan die behouden aankomst.
Iemand vroeg me laatst, ‘Had je veel aan je geloof toen je vrouw ziek werd? Heb je toen gebeden?’ Eerst lukte me dat niet. Pas toen de bodem bereikt leek te zijn kwam er een gebed in me op, en een rotsvast vertrouwen dat ik er niet alleen voor sta. Er kan in alle benauwdheid een omslag komen, zodat hoop gaat gloren en de ongrijpbare geest van het leven zich laat voelen. Die hoop zal zich aan ieder mens anders voordoen.
Bij Jona leidt zijn doodsnood, na drie dagen, tot een gebed uit de diepste ellende. Hij begint met: ‘God, hoor mijn stem!’ Daarna bidt hij over dreiging van dood te gaan, omdat de golven over hem heen slaan. Hij klampt zich vast aan de hoop ooit weer de tempel te kunnen bezoeken, ook al lijkt hij nu voorgoed verbannen uit het leven. Dan beseft hij dat hij niet aan de dood kan ontkomen; Jona zakt weg naar de bodem van de zee. Wat blijft, is de hoop op God die hem aan de dood zal onttrekken. Jona bidt met aanhoudende drang, en met een toenemende mate van onthechting. Hij claimt niets bij God, hij eist geen “voor wat, hoort wat”. Kan je als mens dat moment bereiken, alles los kunnen laten en hopen op redding zonder daar eisen voor jezelf aan te stellen, of een invulling eraan te geven? Een geloof dat geen voorwaarden stelt, dat rest Jona op het moment van zijn sterven. En in antwoord op zijn gebed wordt Jona uitgespuwd op het droge. Jona ligt daar op het strand, vies en bibberend.
Daarmee is het verhaal niet afgelopen. Je gebed lijkt verhoord te zijn, en toch voel je je niet gered, voel je je nog door God miskend. Dwars door al deze verwarrende gevoelens, blijdschap dat je erdoorheen gekomen bent, boosheid over wat je is aangedaan, klinkt dan een stem die je roept om door te gaan, om je leven op te pakken en waar te maken.
‘Hoe nietig is de mens vergeleken bij de Eeuwige’, roept de dominee Mapple van de kansel, terwijl hij mensen wegstuurt met een enkele reis naar de zeebodem. Hier worden de zeelieden voorbereid op hun lot, alsof hij, de dominee, zelf de profeet Jona is, die hen Gods oordeel moet aanzeggen. Je hebt als mens geen keus, lijkt hij te zeggen, volg je lot en vlucht er niet voor weg. Hij is echter niet Jona, noch is kapitein Achab dat.
Hoe actueel is dit boek van Melville, juist in onze tijd. Hij laat ‘Noem mij Ismaël’ profetische woorden uitspreken! Ismaël beseft, net als Jona, dat er geen gelegenheid meer is voor vluchtpogingen, er is geen tijd meer voor struisvogelpolitiek of smoezen. Sluit je ogen niet voor het drama, dat zich staat te voltrekken. Ismaël, als enige overlevende van de bemanning, is de aanzegger van het slechte nieuws, want hij kwam terug met het verhaal van verlies. Het verlies van mensen. Dat is wat er gebeurt wanneer je verblind wordt door haat en daar de missie van je leven van maakt, zoals Achab. Dan ga je ten onder en sleep je anderen mee in je strijd.
En toch is zijn verhaal tegelijkertijd een verhaal over het verlies dat de machten van geweld en ellende, van haat en blinde woede, van ambitie en grootheidswaanzin, zullen lijden. Zowel het verhaal van Jona als dat van Moby Dick gaan ten diepste over de overwinning van de natuur op de cultuur van de menselijke beschaving, en het menselijke streven naar volledige beheersing. Deze verhalen gaan over de uiteindelijke overwinning van de schoonheid op de lelijkheid, van de zon op het duister, van de liefde op de eigenwaan. En daarmee, hoe ongrijpbaar ook, gaat het steeds weer over de overwinning van het leven op de dood.
Amen.
https://youtu.be/wr5_FJ1lIag?si=nNvaa-QU4XnNhp1h Orson Wells als father Mapple.



