Skip to content
Genesis 32: 23 – 33: 4; Mattheus 5: 38-48. Wassenaar 22 februari 2026

Lieve mensen,

Vanmorgen staan we stil bij worstelen en zegenen. Worstelen met de zegen en het zegenen van wie worstelt met zichzelf en met een vreemde ander. De worsteling van Jacob aan de Jabbok heeft veel mensen geïnspireerd, dichters, kunstenaars, gelovigen of ongelovig. Het is een heel veelzeggend verhaal. Jacob worstelt met zijn broer, met zijn verleden en zijn geweten en letterlijk met een engel, die God blijkt te zijn. In die worsteling valt hij meermalen. Het is een worsteling die haast verstikkend werkt. Een worsteling die voortkomt uit het verlangen naar de ander, omdat je weet dat het daar veilig is. Tegelijkertijd is het een worsteling waarbij je elkaar vloert. Zo’n worsteling gaat niet zomaar aan een mens voorbij. Jacob staat weer op en hij is niet zonder littekens uit het gevecht gekomen. Voor de rest van zijn leven loopt hij mank.

Jacob had heel wat met zichzelf uit te vechten voor hij met de nodige schroom zijn broer Esau durft te benaderen. Hij lang niet zo zeker van zijn zaak als hij voordoet en stuurt uitgebreide relatiegeschenken vooruit. Het is niet zeker of Esau nog steeds kwaad is omdat Jacob, met behulp van zijn vader, hem de zegen heeft ontfutseld.

Hoe zou Esau hierin staan? Zit hij nog mokken om zijn broertje, die het zo achter de ellenbogen heeft? Voor Jacob is de grote vraag of de gunst en de liefde van Esau net zo makkelijk af te kopen zou zijn als zijn eerstgeboorterecht met een bord linzen?

Je zou kunnen stellen dat Esau goede papieren heeft om zich niet te verzoenen, nadat zijn broer hem zo verschrikkelijk belazerd heeft. Aan de andere kant klonk voor hem de stem van zijn hongerige maag luider dan die van de plicht van oudste zoon. Misschien is Esau minstens zo boos op zichzelf om zijn goedgelovigheid en reageert hij dat af op Jacob. Grote conflicten kunnen omstaan door gekwetste trots, of de nationale eer die schade berokkend is. Is zo’n ruzie met je broer dan af te kopen met een mooie plant of een dure fles wijn?

Aan de verzoening tussen de twee broers ging een opmerkelijke nacht vooraf. Jacob had talloze geschenken vooruitgestuurd om zijn broer mild te stemmen. Ook zijn kuddes, zijn vrouwen en kinderen heeft hij over het water gezet, met al zijn bezittingen en hij blijft alleen achter. Wat gebeurde daar die nacht aan de Jabbok?

Midden in het nachtelijk duister staat Jacob opnieuw op en loopt naar het water. Op de oever wacht een ‘iemand’ op hem. Worstelen moet Jacob met die onbekende die tegenover hem staat. Vechten met alles wat hij zijn leven lang heeft verborgen: zijn schuld uit het verleden en zijn angst voor de toekomst. Hij vecht omdat zijn leven ervan afhangt. Als de ander voelt dat Jacob overwint, ontwricht hij Jacobs heup en vraagt hij om hem te laten gaan. Jacob roept hem toe: ‘Zegen mij!’ Waarop de ander hem een nieuwe naam geeft. Jacob, de hielenlichter, wordt Israël, de mens die strijdt met God en mensen. En overwint.

Jacob kan de ander niet laten gaan tenzij die hem zegent, ontvangen in het licht van alles wat hij doormaakte. Hij krijgt een nieuwe naam. Een naam die ruimte geeft aan zijn worsteling én zijn kracht. Misschien zegt dat wel iets over ons allemaal: dat we in onze worsteling met het leven, met de ander en met onszelf, telkens weer kunnen opstaan en verdergaan. Hoe diep we soms in het duister van de nacht lijken te verkeren, eens zal de zon weer opgaan.

Gezegend kan Jacob de rivier oversteken, terwijl de zon over hem opgaat. In het licht loopt hij zijn familie voorbij om, alleen en kwetsbaar, voorop te gaan, zijn tweelingbroer tegemoet.

Gerrit Achterberg verwoordt het in zijn gedicht ‘Over de Jabbok’ zo:

Toen ik het einde had bereikt van mijn verdorvenheden, stond God op uit het slijk,

en weende

en ik stond naast Hem, ziende neder op een verloren eeuwigheid.

En Hij zei: je had geen gelijk; maar dat is nu voorbij, van heden tot aan die andere eeuwigheid, is maar een schrede.

Zo stond de ik uit het gedicht daar, niet tegenover een almachtige rechter maar naast een huilende God. Het gaat hier om het verdriet, wat mensen elkaar aan doen en om een moment van inzicht, een ontmoeting met een diepere laag van je eigen menselijkheid. Samen keken de ik en God uit over een verloren eeuwigheid. Toch is die een tijd niet gedoemd is, omdat het open ligt voor herinterpretatie. Wat is gelijk hebben eigenlijk? Misschien is het niet eens relevant om verder te kunnen met je leven? Hoe ga je verder als gezegend mens? De zegen is geen gouden medaille voor bereikte volmaaktheid, het is eerder een aanmoediging om door het duister heen te gaan. Jakobs strijd met zichzelf wordt erkend. De Ander zegt: Nu mag je oversteken, nu je mag wonen in je eigen land, want daar hoor je thuis.

De grote verrassing is wanneer Jacob oog in oog komt te staan met Esau, zijn broer, die hem met open armen ontvangt. Hij weigert zelfs de geschenken die Jacob vooruit heeft gestuurd. Geen spoor van boosheid of wrok, Jacob krijgt een warme kus.

Misschien voelt het einde van dit verhaal als te mooi om waar te zijn. En zij leefden nog lang en gelukkig… Stel je voor dat ze samen proosten op hun herwonnen broederschap, terwijl ze het verdriet en de pijn die ze elkaar hebben aangedaan niet uitspreken. Als je alle praatprogramma’s mag geloven, zoals bij dokter Phil, is een familieruzie na jaren bijna niet meer goed te maken.

Hoe lukt het Esau dan toch? Hij kijkt zijn broer recht aan, zonder verwijten en verwelkomt hem met een kus. Ook Esau heeft zijn eigen worsteling doorgemaakt en is verdergegaan. Pas dan, als de strijd is geleverd, met zichzelf, met God, kunnen beide broers verder gaan. Niet omdat ze gelijk hebben gekregen maar omdat zij elkaar zien staan met alle littekens die ze hebben opgelopen. Het is nooit alleen maar duisternis, de nacht gaat voorbij, de strijd is gestreden. Altijd weer breekt het licht door!

Niemand zegt dat je altijd in dat licht kunt leven. Ook de Bijbel niet. We moeten allemaal op enig moment door de nacht. Leven kost strijd en je zult gekwetst worden. Mank worden misschien. Het zal nooit alleen maar pais en vree zijn, want ook de komende generaties zullen door zo’n nachtelijke worsteling heen moeten gaan.

Als je dan gaat, hoe alleen en kwetsbaar ook, kan het gebeuren dat de zon over je opgaat en alles waar je bang voor was anders is dan je altijd hebt gedacht.

Amen

Back To Top
Zoeken