Lieve mensen,
Het verhaal over de opwekking van Lazarus is een verhaal dat ons gezond verstand te boven gaat. Het sticht vaak verwarring omdat het tegen elke logica ingaat. Een cynische reactie die ik vaker gehoord heb is, wat een onzin, een man die opgewekt wordt uit de dood om later nog een keer te moeten sterven. Wat moeten we er mee? Wij kennen immers alleen de werkelijkheid van de sterfelijkheid van mens en dier. Hoe makkelijk is het om ons te herkennen in de verwijten van Maria en Martha aan Jezus. Als hij nou eerder teruggekomen zou zijn, had hij met een wonder het leven van hun broer had kunnen redden. Als Jezus een blinde kan genezen en een verlamde kan laten lopen waarom is hij dan niet gekomen om zijn vriend Lazarus te genezen?
Dit verhaal komt in de bijbel alleen bij Johannes voor en is het zevende wonderverhaal in zijn evangelie; met dit verhaal wil Johannes een brug slaan naar Jezus’ dood en opstanding met Pasen. Het is typisch de ironie van Johannes dat Jezus door een man uit de dood terug te halen, zijn eigen dood dichterbij brengt. De hogepriesters zijn bang dat de mensen Jezus, nu hij zoveel wonderen doet en zelfs doden opwekt, koning willen maken van Jeruzalem. Als dat gebeurt grijpen de Romeinen in dan gaat het heiligste wat ze hebben, de tempel, eraan. Kajefas zegt dan hardop wat anderen waarschijnlijk ook al dachten, het is beter dat een man sterft voor het hele volk, zodat niet het hele volk verloren gaat. Hiermee laat Johannes zien hoe doelbewust Jezus op weg is naar Pasen. Hij heeft het al een paar keer tegen zijn leerlingen verkondigd, ik moet lijden en sterven in Jeruzalem. Daarna zal ik opstaan.
Zijn boodschap is dat in dit leven met al zijn sores, de dood niet het laatste woord heeft. Er komt een nieuwe wereld aan voor iedereen die daarin gelooft en van die nieuwe wereld geeft Jezus een voorproefje met dit laatste wonder. Hoe onze weg door het leven zelfs door de dood heen kan gaan is onbegrijpelijk voor onze menselijke oren. En toch klinkt dit verhaal over de opstanding Lazarus in veel kerken vandaag. Opstaan is een lastige opdracht, ook voor ons hier en nu.
Intussen is Lazarus gestorven en hebben zijn zussen, Martha en Maria, hem gebalsemd en begraven. Zij hebben grote moeite met het verlies en zitten midden in hun rouwproces. Zodra ze horen dat Jezus onderweg is, slaat hun verdriet om in verontwaardiging. Jezus had toch eerder kunnen komen om hun broer kunnen te genezen? Nu zal hun broer pas uit de dood opstaan aan het einde der tijden. Jezus antwoord hen met de bekende woorden: “Ik ben de opstanding en het leven; wie in mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven.”
Wat opvalt, is dat Jezus hier geen filosofische uitleg geeft over wat er met een ziel gebeurt na de dood. Dat alleen de ziel overblijft als een lichaam sterft. Hij maakt geen theologisch of filosofisch onderscheid tussen lichaam en ziel. In plaats daarvan spreekt Jezus over leven dat sterker is dan de dood. Leven dat niet ophoudt waar onze grenzen liggen. Johannes wil ons duidelijk maken dat in de ogen van God leven de hele mens omvat. Ons bestaan, ons lichaam, onze geschiedenis en onze ziel. Johannes beschrijft het menselijk verdriet om de dood. Er zijn vragen, tranen en er is ruimte voor boosheid. Zelfs Jezus huilt bij het graf.
Dan roept hij: “Lazarus, kom naar buiten!”
En Lazarus komt naar buiten, nog in grafdoeken gewikkeld.
Geloof je dat? Geloven wij dat wie in God gelooft zal leven ook wanneer hij of zij sterft? Kunnen wij dat wel geloven? Ieder mens moet toch sterven? Roept Jezus Lazarus terug uit het graf om duidelijk te maken dat de dood geen bedreiging is, geen einde maar een nieuw begin? Zou het echt gebeurd zijn? Lastig om te bevatten wanneer het om een dierbare gaat die je moet missen. Een collega vertelde mij eens een verhaal over wat zij haar omgekeerde Paas-ervaring noemde. Haar vader was dominee in het Oosten van het land. Zij had daar, toen ze een jaar of tien was, een vriendje met wie ze eindeloos kon spelen op de houtzagerij van zijn oom. Een paar dagen voor Pasen werd haar vriendje plotseling ziek en zwol helemaal op. In het streekziekenhuis konden ze niets vinden en na twee dagen was hij overleden. Haar vader moest zijn aandacht verdelen tussen zijn gemeenteleden, de rouwende familie van die jongen en de Paasdiensten. Hij had geen tijd voor zijn dochter. Op Paasmorgen moest ze mee naar de kerk en ze kon de woorden ‘de Heer is waarlijk opgestaan’, die haar vader daar uitsprak niet verdragen. Waarom wordt Christus uit de dood gewekt? En bleef haar vriendje voor altijd achter op de begraafplaats.
Herkent u dat? Begon het bij u ook een beetje te kriebelen toen u dit verhaal over de opwekking van Lazarus hoorde. Misschien werd u zelfs wel boos, want uw man of uw vrouw of uw kind is dood en ligt in het graf. En er is geen Jezus die langskomt. Ik kan het me goed voorstellen dat dit verhaal bitterheid op kan roepen: Waarom Lazarus wel en die mens die me zo lief was niet? We spreken wel eens over de strenge, bittere dood. Daar is geen ontkomen aan voor een mens op deze aarde. Ook voor Lazarus niet. Na een goed leven, samenwonend met zijn twee zussen in een huis, is hij gestorven. Juist omdat ze het zo goed hadden gehad met elkaar is er veel verdriet om het sterven van Lazarus. Niet alleen bij Martha en Maria, maar ook bij Jezus. Niets menselijks is hem vreemd, Jezus huilt om zijn vriend. Hij is diep ontroerd en dan maakt hij zich boos wanneer de omstanders hem gaan uitdagen, je had toch iets kunnen doen?
Die boosheid kan ook een kracht in je worden: om te vechten tegen alle lijden, tegen alle doodgaan, om te willen vechten voor het leven. En vanuit dat verdriet en die kracht die uit zijn boosheid voortkomt, komt Jezus in actie. Hij wil laten zien dat bij God de dood en het lijden niet het laatste woord hebben. Dat het leven niet dood te krijgen is. Daarom staat dit verhaal bij Johannes in zijn evangelie. Omdat hij wil vertellen dat met Jezus nieuw leven mogelijk is. Daarom vertelt hij hoe Jezus de stinkende Lazarus uit zijn graf opwekt, met de windsels nog om hem heen.
Hoe Lazarus ooit na vier dagen uit de dood opgewekt kon worden, daar is nog steeds geen verklaring voor, en het is maar de vraag of we dit verhaal wel zo letterlijk moeten nemen. Sterven is een overgang van dit leven naar iets anders. Het verstand kan dit niet volledig verklaren, de medische wetenschap ontfermt zich over het lichaam, maar de ziel laat zich niet vangen, die gaat een eigen weg. Dit te weten maakt het rouwen niet makkelijker, want we moeten ons nog steeds een houding weten te geven tegenover verdriet en afscheid van wat dierbaar is en soms ervaren we dat de overledene toch wel bij ons is.
Jezus vraagt van ons om afscheid te nemen van een vast kindergeloof dat ons wonderen belooft, waardoor niemand hoeft te sterven. In plaats daarvan mogen we het erop wagen, erop vertrouwen dat de dood niet meer het laatste woord heeft en dat wij zullen blijven bestaan op een manier die wij ons nog niet kunnen voorstellen. De dichter Willem Barnard heeft het eens mooi verwoordt: ‘Het is mij volstrekt onmogelijk om dit verhaal te geloven met mijn verstand en het is mij volstrekt onmogelijk om het niet te geloven met mijn hart.’
Het wonder dat Jezus heeft verricht is geen tovermacht. Sommige omstanders verwachten een kunstje van hem, net zoals bij die blindgeborene. Jezus ergert zich aan de omstanders die op een kermisattractie afkomen en niet geloven dat Hij namens God handelt. Hij voelt letterlijk de tegenstand van de dood. Hij heeft kracht nodig om van zijn daad een getuigenis te maken, daarom bidt Hij tot zijn Vader. De steen voor het graf wordt weggerold. Jezus spreekt de dode aan. Hij gebiedt Lazarus om levend te zijn, om de dood weer achter zich te laten. Lazarus komt naar buiten en dan zegt Jezus zegt tot de mensen die rondom hem staan: Maak hem los en laat hem gaan!
Dat is een belangrijk punt in het verhaal. Lazarus strompelt naar buiten, de lappen nog om zijn lichaam gewikkeld. Hij is kwetsbaar en we zouden hem het liefst willen omarmen. In plaats van Lazarus te verplegen en als een kasplantje te behandelen, stuurt Jezus hem regelrecht het leven in. Maar wie de dood heeft aangeraakt staat anders in het leven. Misschien gaat dit verhaal niet alleen over een wonder lang geleden. Wat doet het verhaal met ons? Wekt het verhaal ongeloof of verzet in ons of geeft het ook hoop en troost? Maakt het iets wakker? Want ook wij kennen momenten waarop ons leven als dood voelt: hoop die verdwenen is, relaties die vastgelopen zijn, moed die we kwijt zijn. Dan klinkt opeens: het laatste woord is niet aan de dood, niet aan de wanhoop, maar aan het leven. De stem die Lazarus riep, roept ook nu nog. Kom naar buiten uit wat je gevangenhoudt. Kom naar buiten uit je angst, uit je moedeloosheid, uit je geslotenheid. Kijk opnieuw naar het leven, en neem mee wat je geleerd hebt.
Blijkbaar is het leven is niet dood te krijgen. Nieuw leven ontvangen we niet alleen voor onszelf, we hebben elkaar nodig om vrij te worden. Hopelijk zullen er altijd mensen zijn die opstaan, in je naaste omgeving. Of wereldleiders ver weg. Soms al na een uur, na een dag, na drie dagen, een jaar, honderd jaar. Juist als je denkt, dat alle hoop verdwenen is, zul je merken dat er toch weer iemand opnieuw begint, en nog iemand, en nog iemand. Nee, het leven is niet dood te krijgen, daarin schuilt de kracht van een nieuw begin. Zo vertelt dit wonderlijke verhaal ons dat waar liefde, hoop en vertrouwen weer opstaan, daar ontkiemt midden in alle chaos en verdriet nieuw leven. Hoop doet leven en maakt ons vrij om het leven aan te gaan.
Amen.



