Skip to content
Zacharia 7: 4-10, Lucas 10: 25-37 Wassenaar, 12 juli 2026

Lieve mensen,

Het verhaal van de Barmhartige Samaritaan is een vaak vertelde gelijkenis van Jezus. Een man wordt overvallen en hulpeloos achter gelaten. Wie kiest ervoor hem te helpen? In onze tijd zouden de priester en leviet, wanneer ze die man zien liggen, hun mobieltje pakken snel een foto of filmpje maken, dat plaatsen op Instagram, kijken hoeveel likes ze krijgen en weer doorlopen. De Samaritaan, pakt ook zijn mobiel, belt 112, en knielt naast de gewonde man om tegen hem te praten tot de ambulance komt. Hij gaat mee naar het ziekenhuis en blijft tot alle papieren ingevuld zijn en gaat dan weer verder naar zijn werk. Hoe snel zouden wij die eerste twee veroordelen?

Wie moeten we extra aandacht geven? Wie zijn onze naasten? We noemen het ‘t verhaal van de Barmhartige Samaritaan, en daarmee geven we aan dat iemand zich zonder eigen belang over een ander ontfermt. Aanleiding is de vraag van eenschriftgeleerde aan Jezus naar het grootste gebod. Zijn antwoord luidt: ‘heb God lief met heel uw hart en heel uw ziel en heel uw kracht en heel uw verstand, en heb uw naaste lief.’ Dan vraagt de man aan Jezus: maar wie is mijn naaste? En Jezus antwoordt met het verhaal van een bewusteloze man langs de kant van de weg. Er komt een priester langs en die doet niets, er komt een leviet langs en die doet ook niets. En uitgerekend deze Samaritaan doet iets anders dan die andere twee. Hij doet het enige noodzakelijke. Hij springt van zijn ezel, gaat naar de gewonde man toe, tilt hem op en brengt hem naar de eerste beste gelegenheid waar hij verder verzorgd kan worden. Wie kiest ervoor hem te helpen? Wat zijn de overwegingen van de voorbij-gangers? Dat het juist die vreemdeling, die tweederangsburger is, die handelt maakt de toehoorders van Jezus al ongemakkelijk.

Hoe klinkt ons eigen verhaal? Vrijwel dagelijks zijn er ook in ons leven van die momenten, groot en klein, die vragen om een besluit, om een keuze: kom ik in actie of laat ik het betijen? ‘Ik heb het nu een beetje te druk, een ander mag ook wel eens wat doen’. Waarom schieten wij een ander te hulp, of niet en lopen we snel door? Voor wie willen wij naaste zijn, voor wie kunnen wij naaste zijn?

Het is in dit verhaal juist de vreemdeling, de ongeziene mens, die goed doet, die handelt naar Gods gebod. Zoals vaker in de verhalen van Jezus wordt de wereld op z’n kop gezet. In dit geval worden goed en kwaad omgedraaid, niet de mensen van de tempel, van het uitverkoren volk, maar een vreemdeling doet het goede. Waarom stopten de priester en de leviet niet? Waren het zulke harde, harteloze mannen? Nee, waarschijnlijk niet. Misschien was het gevaarlijk voor ze om naar de man toe te gaan. Ze zouden zelf overvallen en beroofd kunnen worden. De joodse wet kende regels en bepalingen over wie je naaste is en wie niet. Wie je wel gastvrijheid moet verlenen en wie niet. Wie je geacht werd te helpen en wie niet. En als iemand halfdood is, hoe weet je dan tot welk volk hij hoort, is hij wel een naaste? En als de man dood zou zijn, worden de priester en leviet onrein door bij hem in de buurt te komen. En als ze onrein zijn, kunnen ze hun werk in de tempel niet doen. Ze hebben dus best goede redenen om door te lopen, en bovendien het is hun zaak toch niet? Iemand anders kan toch wel te hulp schieten? Ze zijn ook geen dokter, wat kunnen ze doen? Ze hebben haast, willen op tijd in Jericho zijn, er komt zo vast wel iemand anders langs.

Er ligt een man langs de weg, hij is halfdood achtergelaten. Half-dood, half-levend, hij bevindt zich op de grens van leven en dood. In dit geval betekent aan hem voorbijgaan de dood. En stilstaan is hier leven. Ook hier draait Jezus de wereld om. Ga niet gedachteloos voorbij, maar sta stil bij het leven. Het gaat niet altijd om vooruitgaan, en stil staan is niet altijd de dood. Hoe vaak zeggen we niet tegen iemand die het moeilijk heeft ‘Kop op, het leven gaat door. Probeer vooruit te kijken, ga weer plannen maken. Kom in beweging.’ Misschien is het beter als we zeggen ‘Het leven staat nu even stil, laten we samen wachten tot het beter wordt. Mag ik even naast je zitten en zullen we even samen stil zijn, stil zitten, even stoppen met waar we mee bezig zijn.’

Is dat wel zo belangrijk om precies te omschrijven wie onze naaste is, en wie we in deze tijd extra aandacht moeten geven? Is een definitie of een vaste omschrijving wel nodig? Wij Vrijzinnigen zeggen graag dat het in ons geloof niet gaat om definities, regels en voorschriften. Het gaat om situaties waarin een mens zich als naaste kan gedragen, wat telt is wat iemand doet, niet wat hij is.

Wanneer komen wij in het geding? Wanneer worden wij geraakt? Waar besteden wij extra aandacht aan en voor wie kunnen wij een extra stap zetten? Zoveel vragen en zoveel mogelijke antwoorden. Wat je doet, waar je voor kiest, heeft te maken met je draagkracht, met je talenten en met je omstandigheden. Wat altijd barmhartig is, is de ander zien en zelf gezien worden als medemens, gelijkwaardig, verantwoordelijk voor elkaar en onze samenleving. Tijdens mijn verblijf in Californië werd ik een paar keer met mijn neus op de feiten gedrukt. Op de tweede dag, was ik een boodschap aan het doen toen er twee politieauto’s aan kwamen rijden en een man arresteerden, die duidelijk onder invloed was. Het waren gelukkig geen mannen van Ice. Het was weliswaar geen situatie van leven of dood en wel voelde ik me ongemakkelijk terwijl ik toekeek en maar mijn auto in stapte en wegreed. Mede omdat ik me er als Nederlandse toerist sterk van bewust was dat ik geen problemen moet opzoeken met het huidige politieke klimaat.

Of het enorme contrast tussen de prachtige wolkenkrabbers en de futuristische zelfrijdende auto’s in SF aan de ene kant en de vele daklozen en wachtende dag arbeiders aan de andere kant, het laat me niet los. Ik liep, met mijn beker Starbucks koffie, langs een dakloze onder zijn deken en keek en vroeg me af, zal ik een foto van hem maken, of mijn koffie aan hem geven? Ik deed niets en liep door en ik werd er wel door geraakt en het heeft me aan het denken gezet.

Jezus vertelt het verhaal vanuit het perspectief van die naamloze, gewonde man. Levensgevaarlijk gewond als hij is, kan er niet voor kiezen of hij wel de naaste wil of mag zijn van de Samaritaan, zijn leven staat op het spel. Was het Jezus’ bedoeling dat de Schriftgeleerde zich zou vereenzelvigen met de gewonde man? Hij zal ieder geval meteen beseft hebben dat een Samaritaan een mens is, waar hij altijd met een boogje omheen zou lopen als hij hem onderweg tegenkwam. Misschien ook geen sympathie hebben kunnen opbrengen voor de priester of de leviet want die representeren verschillende partijen binnen het Jodendom, ieder met een eigen interpretatie van de wet. Als enige personage in het verhaal, waarmee hij zich wel kan verbinden, is de gewonde man overgebleven.

Daarom stelt Jezus een wedervraag aan de schriftgeleerde: wie van deze drie (priester, leviet of Samaritaan) is de naaste geworden van het slachtoffer? Daarmee draait hij de situatie om, van ‘wie is mijn naaste?’ naar ‘wie is jouw naaste geworden?’ De vraag van de schriftgeleerde ging er van uit dat ‘voor je naaste zorgen’ een opdracht ofwel een welomschreven verplichting is. Iets dat zorg, liefde en tijd nodig heeft. En dat heb je niet in overvloed, daar moet je zuinig mee omgaan. Op die manier bezien is zijn vraag misschien wel terecht. Hij vraagt naar manieren om ‘het naaste zijn’, om ‘de plicht om de ander aandacht te geven’ te kunnen definiëren. Er zijn helaas geen onwrikbare definities over hoe mensen met elkaar om moeten gaan. Soms ben jij de naaste, de zorg gevende voor de ander en soms heb je het zelf nodig om te worden verzorgd. Iedereen kan allebei zijn en we kunnen niet alle leed van de wereld op onze schouders nemen daarom kunnen we het ook niet alleen af. We hebben elkaar nodig.

Jezus keert het hele beeld van naaste om. De naaste is niet eenduidig, het slachtoffer of de helper. Jij bent een naaste voor de ander, omdat je je verbindt je met een ander. Omzien naar je naaste betekent keuzes maken. Wat doe je en waarom? De vraag waarmee Jezus de schriftgeleerde wegstuurt, maakt hem ongemakkelijk omdat hij opeens zelf, met zijn hele hebben en houden, in het geding gekomen is. Het leven trekt zich niets aan van theologiën en definitities. Het is onvoorspelbaar en weerbarstig. Gelukkig hoeven we het niet allemaal alleen te doen: Samen kunnen we de tijd laten stilstaan, kunnen we verliezen en doorgaan, met vallen en opstaan. Van vooraf aan beginnen en de sterren van de hemel zingen, het water laten branden. De wereld veranderen… dat kunnen wij niet alleen!

Amen

Back To Top
Search