skip to Main Content
Opvallende vrouwelijke filosofen: Ayn Rand en Hannah Arendt

In het filosofisch café komen alleen mannen aan het woord, alle reden om dit jaar ook op zoek te gaan naar de bijdrage van vrouwelijke filosofen. Na een algemene verkenning gaan we aan de slag met twee spraakmakende vrouwelijke filosofen: Ayn Rand en Hannah Arendt. Daarom is er naast het filosofisch café in het voorjaar een cursus over twee belangrijke vrouwelijke filosofen. Doel van deze exercitie: onderzoeken of we bij hen moderne godsbeelden op het spoor kunnen komen.

De Joodse Ayn Rand (1905-1982) begon haar carrière als scenarioschrijfster in Hollywood. Werk dat uiteindelijk haar leven zou redden. Naast scenario’s schreef ze ook boeken, en met succes. Haar debuutroman ‘The Fountainhead’ (1943) werd een aantal jaren nadat het verscheen verfilmd en het vervolg ‘Atlas Shrugged’ werd door de lezers van Time Magazine gezien als het op één na belangrijkste boek van de 20e eeuw. Toch wordt Ayn Rand primair niet gezien als schrijfster, maar als filosoof. De romans en scenario’s zijn voor haar louter het middel om uiting te geven aan hoe het er volgens haar voorstaat in de maatschappij. De filosofie van Ayn Rand wordt zowel bejubeld als zwaar bekritiseerd, maar is nog altijd actueel. Haar ideeën leven bij een breed publiek. De Washington Post berichtte zelfs dat Donald Trump zijn regering volledig bevolkte met aanhangers van het gedachtegoed van Ayn Rand. Toch is enige nuance hier op zijn plaats, want de vaak intellectuele Ayn Rand-liefhebbers hebben weinig op met de volkse stijl van Donald Trump. En anderzijds kunnen de Evangelische republikeinen niet uit de voeten met het atheïsme van Ayn Rand. Ze geloofde namelijk niet in God.

Hannah Arendt (1906-1975) groeide op in Duitsland, waar ze een leerling was van de beroemde filosoof Martin Heidegger, met wie ze tevens een kortstondige geheime affaire beleefde. Voor het opkomende nazisme moest ze, vanwege haar Joodse achtergrond, vluchten naar de Verenigde Staten. Arendt werd beroemd toen ze voor The New Yorker het verslag ging schrijven van het proces tegen de oorlogsmisdadiger Eichmann. Arendt verbaasde zich over de alledaagsheid van Eichman, die als een bureaucraat zijn werk had gedaan. Ze gebruikte vanaf dat moment de term ‘de banaliteit van het kwaad’, waarmee ze het ‘systeemkwaad’ bedoelde. Systeemkwaad ontstaat uit hele gewone, vriendelijke mensen die samen op een wrange manier verantwoordelijk zijn voor een ontwricht of zelfs kwaadaardig systeem van denken.

Doe je mee? 

Back To Top
×Close search
Zoeken