Skip to content
Vrijplaats 46, Augustinus en het visioen te Ostia

Augustinus en het visioen te Ostia

Augustinus (354-430), de belangrijkste en invloedrijkste filosoof en theoloog van West Europa, heeft zeer veel geschreven: boeken, commentaren op de Bijbel, brieven en preken. Bibliotheken zijn ermee gevuld en bibliotheken puilen nog meer uit van de commentaren op Augustinus’ werk. Het bekendste werk van Augustinus is ongetwijfeld de Confessiones, de Belijdenissen. Dit is een autobiografie, maar dan één waarin hij de geestelijke ontwikkeling van de mens vertelt aan de hand van zijn eigen ontwikkeling. Wellicht de beroemdste passage uit dit boek is het Visioen te Ostia (Boek 9, hoofdstuk 23, sectie 10). Augustinus staat met zijn moeder, Monica, bij een venster van een huis in Ostia, waar hij, kort voor zijn terugreis naar Hippo in Noord-Africa, verblijft. Hij had dit visioen kort na zijn bekering tot het christendom. Ik geef hier de tekst.

Belijdenissen 9, 23, X (vertaling van mij, met hulp van Sizoo en Wijdeveld)

Toen de dag dichterbij kwam waarop mijn moeder Monica uit dit leven zou stappen – U, God, kende die dag, maar wij niet – was het zo gelopen (naar ik geloof omdat u op uw geheime manieren daarvoor zorgde), dat ik en zij alleen waren en aan een venster geleund stonden. Van hieruit konden wij de tuin zien die binnen in het huis waar wij verbleven, gelegen was. Het was in Ostia aan de Tiber Wij bereidden ons, ver van de onrust na de inspanning van een lange tocht, voor op een zeetocht. Wij spraken daar samen heel rustig. Wij lieten het verleden achter ons en richtten ons op de toekomst (Philipp. 3:14). Wij vroegen ons af, in het licht van de alomtegenwoordige waarheid (die U bent), hoe het eeuwige leven van de heiligen zou zijn. Dat is het leven dat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en dat ook niet tot het hart van een mens is opgestegen(1 Kor. 2:9). Wij hapten met de mond van ons hart naar de verheven stromen van uw bron, de bron van het leven die bij u is (vgl. Ps 36:10). Wij wilden besprenkeld naar ons bevattingsvermogen op een of andere wijze over iets zo groots denken.

Wat gebeurt hier? Augustinus staat in een huis tezamen met zijn moeder Monica. Zijn moeder, een christen vanaf haar geboorte, had ooit Augustinus een geloofsgevoel gegeven dat hij nooit meer is kwijt geraakt.

Augustinus en Monica hebben een vermoeiende reis achter de rug en bereiden zich voor op een lastige overtocht over de Middellandse Zee naar Thagaste in Noord Afrika. Ze kijken uit over een binnentuin. Ze hebben een visoen, althans iets wat een visioen begint te worden, en kijken, zo ervaren zij, onder het licht van de Waarheid van God. God is de alomtegenwoordige waarheid zelf. God is daarmee ook de bron van waarheid. God helpt het denken van Augustinus en Monica, hij verlicht hen. Ze laten het verleden achter zich, wat er ook gebeurd is, en zijn gericht op de toekomst. Ze zijn in een soort vervoering, maar dan ook in alle nuchterheid. Ze voelen vrede en harmonie, en komen op adem.

De waarheid, het ware inzicht komt van boven, niet vanuit Augustinus en Monica zelf. Dat geldt ook voor schoonheid: de Bijbeltekst over oog en oren die het hemelse nog nooit hebben gezien, verwijst daarnaar. De kennis komt drupsgewijs. Naar hun bevattingsvermogen ontvangen zij het inzicht in waarheid en schoonheid. Grondvoorwaarde is dat de ontvangende mens open staat voor het geschenk van God

Achteraf blijkt het gesprek  van de pas bekeerde Augustinus op een cruciaal moment van het leven van Monica te zijn geweest. Zij, van wie Augustinus zo houdt, zal binnenkort sterven. God weet dat uiteraard, zij wisten dat niet. God heeft dat op zijn ondoorgrondelijke manier bepaald. Achteraf kan Augustinus het verband zien tussen hun visioen en het overlijden van Monica. Dit soort inzichten te hebben behoort tot de ervaringswereld van de tijd van Augustinus.

De betekenis van het visioen voor ons

Is dit een eenvoudig, bijna onbetekenend moment uit het leven van Augustinus? Zeggen visioenen ons niets? Kan zo’n ervaring van een visioen alleen hem , of alleen een christen overkomen? Zegt dit ons niets meer?

We zien dat bij Augustinus tijdens zijn visioen inzicht in waarheid en schoonheid het visioen begeleiden en van boven komen. Het inzicht overkomt hem, en al het bijkomstige, alle dingen om hem heen, vallen weg.

Wanneer wij inzicht verkrijgen in fundamentele zaken, bij voorbeeld in mathematische bewijzen of natuurkundige wetten, is dat nog steeds, ook in onze tijd, het geval. Bij alledaagse, triviale waarnemingen, bij voorbeeld dat hier en nu een paard rondloopt, of dat een hoeveelheid water hier en nu verdampt, is dat ook het geval, maar dat inzicht in waarheid en schoonheid valt niet zo op. Aan de hand van de mathematica is dat in het bijzonder goed duidelijk te maken. Bij voorbeeld: je ervaart plots inzicht als je de stelling van Pythagoras bewijst. Je ziet het ook als je door hebt wat de theorie achter natuurkundige verschijnselen is. Dat inzicht komt in een flits, raakt je, en maakt je blij. Iedere wetenschapper zal dat bevestigen. Dat inzicht is ook niet aan ieder gegeven. Daar zou Augustinus het ook mee eens zijn. God heeft talenten verschillend verdeeld; bovendien is het heil niet voor ieder bestemd (de predestinatie leer van het christendom, en ook van Augustinus).

Mathematica is trouwens het favoriete model van denken voor filosofen uit oudheid en middeleeuwen. Het mathematische model leidt hun theorieën over alle wetenschappen, ook de natuurkundige.  om hun inzichten in de werkelijkheid als geheel duidelijk te maken. Immers, antieke en middeleeuwse denkers zoeken naar noodzakelijke waarheden, en dat kan men het best illustreren aan mathematische stellingen. Mathematische objecten, zoals driehoeken, hebben afstand tot de veranderlijke werkelijkheid.

Het inzicht komt van boven, niet uit de ons omringende, veranderlijke objecten. Voor christelijke denkers, zoals Augustinus, komen de inzichten uiteindelijk van God. De mens moet echter, aan de andere kant van de relatie, open staan voor een beslissend inzicht in het wezen van een verschijnsel. Immers, wanneer iemand een cadeau aangeboden krijgt, moet hij ook open staan en zijn handen open houden om het cadeau te ontvangen. Als je te veel vast blijft zitten aan wat je ziet, gebeurt er niets. Wetenschap is geen verzameling feiten, maar is een theoretische beoordeling van de zintuiglijke waarnemingen.

Ik denk dus dat wij een vergelijkbare ervaring kunnen hebben als Augustinus en Monica. Op zo’n moment van ervaring kom je tevens op adem, en rust je uit van wat er gebeurd is, en put je nieuwe moed. Dit moment van ervaring is er een van vrede. Alles is harmonieus. Alles klopt.

Sterker nog, zo’n moment kan achteraf een wending aan je leven hebben gegeven. Dat wist je op het moment zelf niet, maar dan kun je later constateren. Dat was zo beschikt. Overigens vindt men vergelijkbare waarheids- en schoonheidsopvattingen ook in de moderne filosofie, bij voorbeeld bij bekende 20ste eeuwse filosofen Martin Heidegger en Hans Georg Gadamer. Hierover, misschien, een andere keer.

NB, een kleinigheid: In de vertaling staat ‘ik en zij’ en niet ‘zij en ik’, zoals in de andere vertalingen. In de Latijnse tekst staat ‘ego et ipsa’, dus ‘ik en zij’. Het is niet anders. Was dit algemene dwang van de Latijnse grammatica (dat manlijk vóór vrouwelijk gaat) of een masculiene keuze?

 Literatuur

  • Augustinus’ Confessiones. Latijnse tekst met vertaling en inleiding van dr. A. Sizoo. Delft (Meinema), 1939.
  • Dr. A. Sizoo, Toelichting op Augustinus’ Belijdenissen. Delft (Meinema), geen jaartal.
  • De Belijdenissen van Aurelius Augustinus, vertaald door Gerard Wijdeveld. Utrecht (Fontein), geen jaartal.
  • H. Chadwick, Augustine, Oxford UP, 1986.

Vrijplaatsen zijn columns van Bert Bos die hij speciaal voor deze site schrijft. Prof.dr. Bert Bos is emeritus-hoogleraar filosofie van de middeleeuwen in Leiden, hij doceerde over Augustinus en Eckhart.

Literatuur

Ch. Grawe, ‘Mensch. Einleitung’, in Historisches Wörterbuch der Philosophie , deel 5. hrsg,. von J. Ritter und K. Gründer. Darmstadt (Wissenschaftliche Buchgesellschaft) 1980, col. 1059-1060.

Jos de Mul, Kunstmatig van nature. Onderweg naar Homo sapiens 3.0. Rotterdam (Lemniscaat), 2014.

The Gnostic Scriptures. Ancient wisdom for the new age. A new translation with annotations and introductions, by Bentley Layton, Doubleday (New York) 1987 (zeer nuttige verzameling teksten).

Back To Top
Zoeken