Skip to content
Vrijplaats – Johannes Calvijn: Wat kunnen wij van hem leren?

Onder vrijzinnige christenen is Calvijn niet de meest populaire theoloog. Sterker nog: vrijzinnigen zien Calvijn eerder als hun tegenhanger. Gelovigen in het spoor van Calvijn, dat wil zeggen: de gereformeerden in al hun variaties, al dan niet bevindelijk, worden traditioneel beschouwd als rechtlijnig, en zeker van hun opvattingen. Het zijn de mannenbroeders, van wie indertijd ARP-politici als Barend Biesheuvel en Bouke Roolvink voorbeelden waren. Vrijzinnigen zijn daarentegen relativerend, geloven wel maar dan slechts een beetje (W. Drees). Toch kunnen wij iets van Calvijn leren. Hij geeft ons te denken. Laten wij eens zien wie Calvijn was, wat hij heeft geschreven, en wat zijn theologie was, en wat wij ervan kunnen leren – dit alles in zeer kort bestek.

Leven

Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. Hij is geboren in Noyon, Frankrijk. Zijn moeder was Nederlandse, geboren in Kamerik, bij Woerden. Aanvankelijk wilde Calvijn priester worden, daarna jurist. In 1533 ervoer hij een plotselinge bekering die hem wegdreef van de traditionele rooms-katholieke leer – hij brak niet onmiddellijk met de kerk – Hij werd één van de leiders van de kerk en de stad van Genève. Hij werd daaruit in 1538 verbannen, maar ook teruggeroepen. Vanaf 1541 tot zijn dood zou hij in Genève blijven.

Werk

Calvijn heeft in zijn 55 jaar heel veel geschreven. Hij schreef polemische traktaten  – met name tegen de spiritualistische Wederdopers), commentaren op de Bijbel en, vooral, hij schreef (in het Latijn èn in het Frans) de Institutiones religionis christianae, kort: de Institutie. Drie versies, waarvan de laatste in 1559 gereed kwam

T.U.L.I.P.

Om Calvijns theologie weer te geven bestaat er een handige engelse formule: de T.U.L.I.P. Inderdaad: het engelse woord ‘tulip’ betekent tulp; deze bloem verwijst naar Nederland, want met ons land wordt het calvinisme meestal in eerste instantie verbonden. Wij zijn bij uitstek een calvinistisch land, zoals men zegt.

  • ‘T’ staat voor: ‘Total depravity’. De mens is volkomen verdorven volgens Calvijn en niet tot enig goeds in staat. Dit negatieve mensbeeld was trouwens wijd verspreid in de 16e en 17e eeuw. Men denke niet alleen aan de theoloog Maarten Luther, in wiens spoor Calvijn is getreden, maar ook aan een filosoof als Thomas Hobbes.
  • ‘U’ staat voor ‘Unconditional election’. Dit slaat op de predestinatieleer, de vooruit keuze door God van het heil of de verdoemenis van elk mens. Deze problematische en veel betwiste leer is zo oud als de Bijbel, maar wordt in het bijzonder aan Calvijn vastgemaakt. In de eeuwen voorafgaand aan Calvijn vonden vele mensen dat er goede en slechte mensen waren in de wereld, en dat deze overeenkomstig beloond zouden worden door God. Calvijn benadrukt dat de keuze van hel en verdoemenis uitsluitend aan God toekomt, en dat de mens daarop geen enkele invloed heeft. Predestinatie en ontkenning van de vrije wil zijn fundamentele begrippen in Calvijn.
  • ‘L’ staat voor ‘Limited atonement’, ‘beperkte verzoening’. Gods vergevende barmhartigheid strekt zich over een beperkt aantal mensen uit. Gods keuze is aan Hem, en is niet door een mens te doorgronden.
  • ‘I’ staat voor ‘Irresistable grace’, ‘onweerstaanbare genade’. Niemand kan Gods genade weerstaan. Dat overkomt een mens en blijft bij de uitverkorene, los van diens wil.
  • ‘P’. staat voor ‘Perseverance of the saints’, de volharding der heiligen, dat wil zeggen: de gelovigen. Wie door God is uitverkoren is zeker van het heil.

Uit de TULIP-formule rijst het beeld op van een gelovige die zeker is van zijn uitverkiezing (hoe hij dit weet is overigens een vraag voor ons; een gelovige voelt dit kennelijk en heeft geen twijfels – zie InstitutionesIII, 44). Deze uitverkorene heeft in zijn bedorven positie, waarin angst domineert, tot zijn geluk een grondslag; God via Christus. Vooral de eenvoudige mensen, de ‘kleine luyden’, zoals zij door Abraham Kuyper in de 19eeeuw genoemd werden) krijgen van Calvijn een geruststellende zekerheid. De angstige gelovige voelde zich uit dankbaarheid verplicht hard te werken om Gods schepping te vervolmaken (niet om een kapitalistische maatschappij te stichten, zoals vaak is gedacht in het spoor va de socioloog M. Weber).

Aan de ene kant behoedt deze zekerheid de mens voor nihilisme. Aan de andere kant is deze zekerheid meedogenloos ten aanzien van niet gelovigen of anders gelovigen. In zijn discussie over de drie-eenheid geleidde Calvijn Michel Servet (1511-1553) naar de brandstapel. Dit wordt gerekend tot een zwarte pagina in Calvijns leven, maar men bedenke dat doodstraf na godsdienstige twisten niet ongewoon was in die tijd.

De les: E.V.D.

Wie leeft er niet in angst? Wie zoekt niet naar zekerheid? Wie erkent niet, als hij eerlijk durft te zijn, dat hij door angsten wordt gekweld? (Meijering). Wie is niet onder de indruk van Calvijns consequente houding op grond van zijn zekerheid van geloof en godsbestaan? De calvinistische drieslag van de Heidelberger Catechismus (1563); Een gelovige ziet zijn ellende; hij wordt verlost door God; hij is dankbaar. Weer een formule: Ellende, Verlossing, Dankbaarheid – E.V.D.

Zijn er nog calvinisten?

In de traditie van Calvijn staan de gereformeerden. Sommigen zijn meer bevindelijk, of meer piëtistisch dan anderen; we vinden hen bij de ‘zwarte kousen kerken’. Er is een brede middengroep: de synodaal gereformeerden. Zeker tot het midden van de vorige eeuw waren zij herkenbaar door hun geloofszekerheid en hun maatschappelijk plichtsbesef. Gereformeerden huwden binnen  hun zuil, stemden de Anti-Revolutionaire Partij, de partij tegen de verlichting, tegen de pretenties van de autonome mens.De gereformeerden zijn uiteindelijk samen met de hervormden en lutheranen verenigd in de Protestantse kerk van Nederland (PKN, 2004). Dit is het gevolg van het Samen-op-weg-proces sinds 1961.

Vrijplaatsen zijn columns van Bert Bos die hij speciaal voor deze site schrijft.  Prof.dr. Bert Bos is emeritus-hoogleraar filosofie van de middeleeuwen in Leiden, hij doceerde over Augustinus en Eckhart.

Leestips

Johannes Calvijn. Institutie, of onderwijzing in den christelijken godsdienst, uit het Latijn vertaald door dr. A. Sizoo, Delft: W.D. Meinema, 1931 (drie delen). Nieuwe vertaling: Dr. C.A. de Niet. Houten: Den Hertog, 2009 (2 delen).

E.P. Meijering, Klassieke gestalten van christelijk geloven en denken. Van Irenaeus tot Barth. Budel: Damon 2001.

The Cambridge Companion to John Calvin. Ed. Donald K. McKim Camvridge U.P., 2004.

A. Amelink, De Gereformeerden. Amsterdam: Bert Bakker, 2001 (een heel leuk boek over de huidige gereformeerden, de volgelingen van Calvijn).

Back To Top
Zoeken